Wensput
De woorden van John Frusciante’s lied Wishing klonken in haar hoofd toen ze het muntje in de put gooide en het was op dat moment dat ze besefte, nog meer dan toen de arts haar eerder die dag had gevraagd of ze iemand had om dit verdriet mee te delen en ze langzaam haar hoofd had geschud, hoe eenzaam ze was. Zo eenzaam dat ze op dit moment blijkbaar liever iemand bij zich had om haar verdriet en pijn mee te delen dan dat ze op wonderlijke wijze zou genezen.
Terwijl ze zich wegdraaide van de put en een sigaret opstak, bedacht ze dat de oorzaak van haar eenzaamheid en ziekte grappig genoeg hetzelfde was: roken. Ze was inmiddels 82 en nog opgegroeid in de tijd dat je vanaf je 18de mocht roken, toen er nog geen algeheel verbod op de verkoop van tabak was. Ze kon zich haar eerste sigaret nog herinneren, samen met Jamie, haar hartsvriendin, BFF of bestie noemden ze dat toen, ze moest gniffelen toen ze eraan dacht, onder het kleine tunneltje op de weg terug van school, schuilend voor de regen die met bakken uit de lucht kwam, had Jamie een pakje peuken en aansteker uit haar te grote jas tevoorschijn getoverd. Ze hadden een sigaret gedeeld, die ze met trillende hand hadden overgegeven, de andere hand voor hun mond om de hoest te onderdrukken.
Iedereen vapete in die tijd, maar zij niet, zij waren alternatief, hadden gekleurd haar en luisterden naar obscure artiesten. Natuurlijk gingen zij niet vapen zoals de rest. Nee, zij hadden de foto’s van hun helden gezien en die stonden uitdagend met een peuk tegen een muur geleund, niet met een of ander lichtgevend apparaat waar je aan moest lurken en nog net geen vrolijke geluidjes maakte. Ze waren zoveel cooler dan dat.
Haar ouders hadden het meteen geroken en dachten daar anders over, maar de straf die ze had gekregen kon ze zich niet meer herinneren, al dacht ze dat het niet mild was geweest. Wat ze zich des te beter herinnerde was het gevoel dat ze had gekregen van die eerste sigaret, de nicotine die haar hele lijf in zijn greep kreeg. Heerlijk! Dat durfde ze nu wel toe te geven. Nu, zoveel jaren en afkickpogingen later. Met een schok kwam ze weer terug in de werkelijkheid, haar ouders waren al een aantal jaar dood en Jamie was na de middelbare school verhuisd en uit het oog verloren. Ook hen kon ze het niet vertellen.
Een embolie, had de dokter gezegd, komt eigenlijk nooit meer voor nu niemand meer rookt. U bent bijzonder, zei hij bij wijze van ongelukkige opbeuring. Maar dat wist ze allang. Zo bijzonder dat niemand meer met haar om wilde gaan of zich zelfs maar met haar wilde bemoeien. Een embolie. Het klonk helemaal niet zo erg of eng bedacht ze zich. Zeker als je de e wegdacht en de klemtoon op de o legt. Dan zou het zo iets Italiaans kunnen zijn, of een lekker gerecht uit Uganda. Niet een ziekte die je over het hoofd kon zien, waardoor het uitgroeit tot een dodelijk iets.
Uganda, dacht ze nu glimlachend, waar ze met Jermain op vakantie was geweest en ze voor het eerst tabaksplanten in het echt had gezien. Ze hadden een paar stekjes meegenomen en in hun woonkamer waren de stekjes uitgegroeid tot volwaardige planten die ze het daaropvolgende voorjaar in het tuintje van hun sociale huurwoning hadden gezet. Je kon zeggen wat je wilt van het klimaat, maar dat je nu gewoon tabaksplanten in Nederland kon verbouwen was een zegen geweest.
Sindsdien was ze praktisch tabaksboerin geworden. Aan het begin scheelde het haar een paar honderd euro per maand en later, na het verbod, had ze toch nog een manier om aan haar verslaving te voldoen. Hun verslaving, want tot zijn dood was Jermain ook een verstokt roker geweest, al was het in mindere mate dan zijzelf, want toen ze beiden voor de dienstplicht waren opgeroepen voor de derde wereldoorlog, die nu, 35 jaar later, net zo nutteloos leek als de oorlogen die eraan vooraf gegaan waren, was zij het die met te slechte longen afgekeurd thuis had moeten wachten op het bericht dat haar vriend was omgekomen bij een bombardement. Verstikking door rook, luidde de officiële doodsoorzaak. Wat ze toch altijd een tikkeltje wrang had gevonden en haar tabaksverbruik overigens enkel had doen toenemen. Ze miste hem en door te roken hield ze de herinneringen aan hem in leven. En zeker op dit soort momenten, kon ze daar wel wat van gebruiken.
Ze dacht nog eens terug aan wat de arts haar had gezegd, dat het, als ze het eerder hadden gevonden, als ze eerder een scan hadden gemaakt, zeer gemakkelijk verholpen had kunnen worden, maar dat het inmiddels zover gevorderd was dat ze er niks meer aan konden doen. Ze had hem vol walging aangekeken en gesnauwd dat dit toch zijn expertise was. Dat ze al maanden geleden langs was gekomen met klachten die perfect bij een embolie passen, zoals hij net zelf had uitgelegd. Híj had de link moeten leggen! De arts gaf niet de indruk erg aangedaan te zijn door haar uitval en gaf ruiterlijk toe dat dit een grove fout was geweest. Hij bood nogmaals zijn excuses aan. Het zou niet nog een keer gebeuren. Waarop ze alleen maar bozer was geworden, want er zou voor haar geen volgende keer meer zijn!
Toen ze weer een beetje bedaard was, de arts had haar nogmaals zijn excuses aangeboden en wat willekeurige troostende woorden gezegd, vroeg ze: Maar hoe dan? Als dit een aandoening is die bij rokers optreedt en ik een roker ben, hoe kon je dit missen? Meteen pakte de arts zijn eerder uitleg weer op en begon over het feit dat niemand tegenwoordig meer rookte, dus dat de kans dat zij zou roken 0% was. Dat de artsen juist om die reden allerlei andere onderzoeken hadden gedaan, omdat haar symptomen zo ongewoon waren. Er is tegenwoordig gewoon geen ervaring meer met dit soort aandoeningen waardoor dit niet meteen bij ons opkwam.
Maar jij weet toch alles? probeerde ze nog, is dat niet de reden dat ik hier tegen een scherm zit te schreeuwen in plaats van een mens?
De arts leek de vraag te interpreteren als een uitnodiging om meer informatie over roken te geven, om te bewijzen dat hij inderdaad veel wist, en toen hij, wist u trouwens dat roken slecht voor uw gezondheid is, zei alsof hij het tegen een kind had die net haar eerste sigaret had gerookt in plaats van een terminale vrouw van 82 met meer dan 60 jaar rookervaring, had ze haar tas gepakt en was ze de behandelkamer uitgelopen. Eenmaal buiten had ze genoten van de frisse lucht en de peuk die ze al veel te lang had uitgesteld.
Gewéldig!